GEOGRAFIE - 1

Geografie (uit het Grieks: γεωγραφία, geographia, letterlijk "aardbeschrijving") is een wetenschapsgebied dat zich toelegt op de studie van de landen, kenmerken, bewoners en verschijnselen van de aarde en planeten. De eerste persoon die het woord γεωγραφία gebruikte, was Eratosthenes (Cyrene, tussen 276 v.Chr. en 273 v.Chr. - Alexandrië, ca. 194 v.Chr.). Geografie is een allesomvattende discipline die op zoek is naar begrip van de aarde en haar menselijke en natuurlijke complexiteit - niet alleen waar objecten zich bevinden, maar ook hoe ze zijn veranderd en ontstaan. (Zie: beschaving en geschiedenis van de wereld)
Geografie wordt vaak gedefinieerd in termen van twee takken: menselijke geografie en fysieke geografie. Menselijke geografie behandelt de studie van mensen en hun gemeenschappen, culturen, economieën en interacties met de omgeving door hun relaties met en door ruimte en plaats te bestuderen. Fysische geografie behandelt de studie van processen en patronen in de natuurlijke omgeving zoals de aardatmosfeer, de hydrosfeer, de biosfeer en de geosfeer.
De vier historische tradities in geografisch onderzoek zijn ruimtelijke analyses van natuurlijke en menselijke fenomenen, gebiedsstudies van plaatsen en regio's, studies van mens-landrelaties en aardwetenschappen. Geografie wordt "de werelddiscipline" genoemd en "de brug tussen de mens en de natuurwetenschappen".

FYSISCHE GEOGRAFIE

(ook wel geosystemen of fysiografie genoemd) is een van de twee belangrijkste gebieden van de geografie. Fysische geografie is de tak van de natuurwetenschappen die zich bezighoudt met de studie van processen en patronen in de natuurlijke omgeving zoals de atmosfeer, de hydrosfeer, de biosfeer en de geosfeer, in tegenstelling tot de culturele of gebouwde omgeving, het domein van de menselijke geografie.
BIOGEOGRAFIE

Is de studie van de verspreiding van soorten en ecosystemen in de geografische ruimte en door de geologische tijd. Organismen en biologische gemeenschappen variëren vaak op regelmatige wijze langs geografische gradiënten van breedtegraad, hoogte, isolatie en leefgebied. Fytogeografie is de tak van biogeografie die de verspreiding van planten bestudeert. Zoogeografie is de tak die de verspreiding van dieren bestudeert. Mycogeografie is de tak die de verspreiding van schimmels, zoals paddenstoelen, bestudeert.
Kennis van ruimtelijke variatie in het aantal en de soorten organismen is vandaag net zo belangrijk voor ons als voor onze vroege menselijke voorouders, aangezien we ons aanpassen aan heterogene maar geografisch voorspelbare omgevingen. Biogeografie is een geïntegreerd onderzoeksveld dat concepten en informatie uit ecologie, evolutionaire biologie, geologie en fysische geografie verenigt.

Modern biogeografisch onderzoek combineert informatie en ideeën uit vele domeinen, van de fysiologische en ecologische beperkingen op de verspreiding van organismen tot geologische en klimatologische verschijnselen die werken op globale ruimtelijke schalen en evolutionaire tijdframes.

Zie ook. Wikipedia.
Verspreidingsgebieden. Klik hier.
Plantengeografie. Klik hier.
BIOGEOLOGIE

Is de studie van hoe de biosfeer en de lithosfeer op elkaar inwerken. Biogeologie bestudeert biotische, hydrologische en aardse systemen in relatie tot elkaar. Deze tak van de wetenschap probeert tot een inzicht te komen hoe het klimaat, de oceanen en nog andere effecten inwerken op geologische systemen. Bijvoorbeeld, bacteriën zijn de oorzaak van de vorming van sommige mineralen zoals pyriet en kunnen economisch belangrijke metalen zoals tin en uranium concentreren. De bacteriën zijn ook de oorzaak van de chemische samenstelling van de atmosfeer die verweringsniveaus van rotsen beïnvloedt.
GEOARCHEOLOGIE

Geoarcheologie past methodieken en technieken uit de aardwetenschappen toe op archeologische problemen. Geoarcheologen bestuderen de fysische processen die van invloed zijn op archeologische vindplaatsen zoals geomorfologie, de vorming van deze vindplaatsen door geologische processen en de effecten van de opgravingen op het landschap. Het werk van geoarcheologen bestaat vaak uit het bestuderen van de bodem en sedimenten. In de geoarcheologie kunnen archeologische landschappen worden gereconstrueerd aan de hand van kenmerken in het landschap, maar ook aan de hand van bodemkundig onderzoek. Ook kan gedacht worden aan het bepalen van de herkomst van een archeologisch item door middel van petrologie, ook wel bekend onder de term archeometrie.
GEOCHEMIE

Geochemie is de natuurwetenschap die principes uit de scheikunde gebruikt om de mechanismen achter grote geologische systemen zoals de aardkorst en oceanen te verklaren. Geochemisch onderzoek heeft belangrijke inzichten geboden voor de fysieke processen die zich op aarde, en ook op andere planeten in het zonnestelsel afspelen. Voorbeelden van deze processen zijn mantelconvectie, de vorming van planeten en de oorsprong van de stollingsgesteenten graniet en basalt. De geochemie beschrijft hoofdzakelijk de chemie achter geologische processen. Dit kan bijvoorbeeld de metamorfoseprocessen betreffen die plaatsvinden wanneer aardlagen diep in de aarde terechtkomen en daar bloot staan aan hoge temperatuur en druk. Daarbij verandert het materiaal en ontstaan bijvoorbeeld nieuwe mineralen. Deze tak van geochemie houdt zich vooral bezig met de vraag welke mineralen er onder welke omstandigheden gevormd worden. Er is veel overlap met de mineralogie, de kristallografie en de vastestofchemie. Een ander groot onderwerp binnen de geochemie betreft de fysische eigenschappen en chemische samenstelling van gesteenten die voorkomen in alle lagen van de aarde. Hierbij ligt de nadruk op onderzoek naar metamorfe en magmatisch gesteenten, sporenelementen en (meestal radioactieve) isotopen. Men kan uitspraken doen over ouderdom en vormingsomstandigheden. De reconstructie van het geologische verleden volgens de geochemie overlapt met planetologie en astrochemie. Ook doen geochemici onderzoek naar sedimenten, wateren, bodems en de atmosfeer, waarbij de bepaling van elementen een prominente rol speelt. Aan dit einde van het geochemisch spectrum ligt de biogeochemie. Zij bestudeert de interactie van organismen op de chemie van de aarde. Een ander tak van geochemie houdt zich bezig met transportverschijnselen, bijvoorbeeld van opgeloste ionen in rivier- of zeewater, hoe zij in kleimineralen opgeslagen worden, waar zij belanden enz. Hier is vrij veel overlap met bijvoorbeeld de milieuchemie, waar men zich met dezelfde vraag bezighoudt, maar ditmaal met door de mens in het milieu gebrachte stoffen.
GEOCHRONOLOGIE

Geochronologie is de wetenschap van het bepalen van de ouderdom van gesteenten, fossielen en sedimenten met behulp van eigen kenmerken van de gesteenten. Absolute geochronologie kan worden bereikt door middel van radioactieve isotopen, terwijl relatieve geochronologie wordt verschaft door instrumenten zoals paleomagnetisme en stabiele isotoopverhoudingen. Door meerdere geochronologische (en biostratigrafische) indicatoren te combineren, kan de precisie van de herstelde leeftijd worden verbeterd. De toepassing van geochronologie verschilt van biostratigrafie, de wetenschap van het toewijzen van sedimentair gesteente aan een bekende geologische periode door het beschrijven, catalogiseren en vergelijken van fossiele bloemen- en faunale assemblages. Biostratigrafie biedt niet direct een absolute leeftijdsbepaling van een rots, maar plaatst deze alleen binnen een tijdsinterval waarin bekend is dat die fossiele assemblage naast elkaar heeft bestaan. Beide disciplines werken echter hand in hand samen tot het punt waarop ze hetzelfde systeem van benoemen van strata (gesteentelagen) en de tijdsspanne die worden gebruikt om sublagen binnen een stratum te classificeren, delen. De wetenschap van de geochronologie is het belangrijkste instrument dat wordt gebruikt in de discipline van de chronostratigrafie, die absolute leeftijdsdata probeert af te leiden voor alle fossiele assemblages en de geologische geschiedenis van de aarde en buitenaardse lichamen te bepalen.
GEODESIE

De klassieke geodesie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bepaling van de vorm en de afmetingen van de aarde. Deze omschrijving heeft slechts betrekking op de kern van het vakgebied, dat is de meetkundige beschrijving van de aarde of delen daarvan. De naam geodesie wordt echter ook in ruimere zin gebruikt voor een beroepsgebied dat zich uitstrekt van enerzijds de geofysica tot anderzijds bijvoorbeeld de maatvoering van technische projecten en de administratie van grondeigendom. Naast landmeetkunde behoort ook fotogrammetrie tot de disciplines van de geodesie. Een andere tak betreft de registratie van het gebruik van onroerend goed, waarbij zowel het juridische als het technische aspect aan de orde komt. Geodesie houdt zich ook bezig met zaken als het bestuderen van het aardse zwaartekrachtveld, rotatiegedrag van de aarde, het aanmeten van deformaties door platentektoniek. Met de opkomst van de ruimtevaart en de introductie van satellietnavigatie (GPS) neemt de ruimtegeodesie een steeds belangrijkere plaats in.

Zie ook. Geodetisch coördinatensysteem. Klik hier.
GEOFYSICA

Geofysica is de studie van de natuurkundige verschijnselen die zich voordoen in de Aarde. Geofysica wordt tot de aardwetenschappen gerekend, maar is ook te zien als een specialisatie binnen de natuurkunde. In ruimere zin bestudeert de geofysica alle onderdelen van het systeem Aarde, maar er kan een onderscheid gemaakt worden tussen de geofysica van de dampkring (bijvoorbeeld meteorologie en klimatologie), de geofysica van de oceanen (fysische oceanografie) en de geofysica van de vaste Aarde. In engere zin betreft de geofysica alleen de geofysica van de vaste Aarde, en heeft dan veel raakvlakken met de geologie en de geochemie.
De geofysica van de vaste Aarde bestaat uit de onderdelen:

  1. Exploratie-geofysica, gericht op het opsporen van zich ondergronds bevindende delfstoffen zoals aardolie, aardgas en ertsen. Hiertoe wordt de ondergrond in kaart gebracht met seismiek, met magnetische methoden of met elektromagnetische methoden. Seismiek is het veroorzaken van lichte trillingen om de eerste kilometers onder het oppervlak in kaart te brengen. Deze trillingen weerkaatsen in de ondergrond en de terugkerende echo's kunnen met geofoons geregistreerd worden.
  2. Seismologie, het bestuderen van de voortplanting van golven in de aarde om de diepe aarde of om aardbevingen of zeebevingen te bestuderen. Deze golfbewegingen zijn meestal door aardbevingen veroorzaakte trillingen.
  3. Tectonofysica, de studie van de platentektoniek.
  4. Theoretische geofysica, welke het gedrag van het inwendige van de Aarde bestudeert (bijvoorbeeld convectie en eigentrillingen van de Aarde).



Bestudeer eerst bovenstaande cursus.
IN ONDERSTAANDE GEGEVENS STAAN ER VAAK HYPERLINKS. KLIK ER OP EN LEES OOK DIE TEKSTEN.
ER WORDEN DAAR VRAGEN OVER GESTELD.

Antwoorden te halen uit bovenstaande gegevens. Selecteer het antwoord dat je het meest juist lijkt en/of vul in.

MEN KAN DE OEFENING OOK OPNIEUW MAKEN, DOOR MET DE RECHTERMUISTOETS OP HET SCHERM TE KLIKKEN EN DAN, INDIEN HET WOORD ER STAAT, IN HET GEOPENDE VENSTER TE KLIKKEN OP "VERNIEUWEN"